R.S.O.L.
|
Room for the Study Of Loneliness : ruimte voor hedendaagse kunst
|
🏠
|
de cognitieve ecologie van de studio
R.S.O.L. is niet zómaar een ruimte waarin zich een werkende kunstenaar bevindt, maar eerder de fysieke manifestatie van mijn cognitieve architectuur. Mijn geest geeft vorm aan R.S.O.L. door gedachten te externaliseren in een fysieke ruimte, de manier waarop deze ruimte wordt gevormd, gevuld en gebruikt. Zoals de filosofen Andy Clark en David Chalmers in hun artikel ‘The Extended Mind’ uit 1988 betoogden, fungeert het gebruik van externe objecten, zoals een notitieboekje of een specifieke opstelling van gereedschappen, als een verlengstuk van ons cognitieve systeem.
Omgekeerd geeft R.S.O.L. ook vorm aan mijn praktijk. Door mijn gedachten te bewaren als fysieke inscripties en door zijn specifieke kenmerken en mogelijkheden of onmogelijkheden: zijn ruimtelijke affordances, zoals psycholoog James Gibson stelde. Mijn artistieke en theoretische praktijk komt voort uit de ecologie van R.S.O.L. als fysieke plek in tijd en ruimte. Zoals cognitief archeoloog Lambros Malafouris overtuigend betoogde in ‘How Things Shape the Mind: A Theory of Material Engagement’ (2013), vindt ons denken onder andere plaats door het aanraken en wijzigen van fysieke materialen en andere vormen van interactie daarmee. De materiële inscripties van mijn gedachten in R.S.O.L. en wat het bevat, maken het me mogelijk om te ‘zien’ wat ik heb verricht en dwingen me daar tegelijkertijd opnieuw over na te denken. De materialiteit van mijn inscripties bevraagt mij en verzet zich tegen mijn interpretaties, overtuigingen en inzichten; ze vragen mij opnieuw aan ze te werken en om wat ik heb gedaan verder te ontwikkelen.
Bovendien is R.S.O.L. een 'wereld in de wereld', zoals Michel Foucault in zijn lezing uit 1967 ‘Over andere ruimtes (Des Espaces Autres)’ stelde. R.S.O.L. is een ‘heterotopie’, die losstaat van de normen van het dagelijks leven en het heersende economische systeem, en die mij in staat stelt te experimenteren en te doen wat als ‘niet normaal’ wordt beschouwd. Mijn artistieke en theoretische praktijk vertoont wezenlijke overeenkomsten met de historische stromingen dada en fluxus en bouwt daar conceptueel op voort.
In fluxus stond de gedachte centraal dat kunst niet noodzakelijkerwijs een statisch en verkoopbaar object hoeft te zijn, maar in de eerste plaats een gebeurtenis, een ‘happening’ en een proces is. Ik heb op ‘Over R.S.O.L.’ aangegeven dat mijn focus procesgericht is in plaats van productgericht. In mijn schrijven benadruk ik dat kunst iets is dat ‘gedaan’ wordt, in plaats van gemaakt of geproduceerd – en in de R.S.O.L. tentoonstelling ‘Look & See’ (2025) heb ik uitgewerkt hoe een kunstwerk eigenlijk nooit af is.
Dada verzette zich fel tegen burgerlijke instituties en opvattingen over wat kunst is en was tegen de commercialisering ervan. Fluxus zette dat voort door op speelse wijze te suggereren dat alles kunst kan zijn. Ik deel die institutionele kritiek. In ‘No Art Gallery’ (2017) heb ik bijvoorbeeld al de status en economische waarde die de samenleving aan kunst en het kunstenaarschap toekent ter discussie gesteld. Dit werk kan worden gezien als een voorloper van R.S.O.L. en de Faculty of In-humanities. Door mezelf te benoemen tot ‘decaan’ van een niet-geïnstitutionaliseerde faculteit, neem ik het gezag van officiële academische instituties op de hak. In R.S.O.L. is de kunstenaar geen merk dat een kapitalistische waarde vertegenwoordigt ('Over R.S.O.L.'), maar een beoefenaar van een praktijk die gericht is op het verwerven van intrinsieke goederen (MacIntyre, 1981).
Zowel dada als fluxus wilden het onderscheid tussen kunst en het dagelijks leven opheffen door de introductie van ready-mades en ‘happenings’, waarbij mensen (geen kunstenaars) werden aangemoedigd om deel te nemen en een bijdrage te leveren. R.S.O.L. is tegelijkertijd een echte kunst- en projectruimte én een doorlopend kunstwerk. Alles wat er gebeurt, maakt deel uit van het werk dat R.S.O.L. is.
Ten slotte probeerde fluxus de materiële impact van kunst te minimaliseren door middel van voorbijgaande performances en het gebruik van goedkope (ready-made) materialen. Met R.S.O.L. bouw ik daarop voort vanuit een hedendaags ecologisch bewustzijn, waarbij ik streef naar een kunstpraktijk die minder grondstoffen en energie verbruikt (‘Over R.S.O.L.’).
Momenteel is R.S.O.L. gevestigd in een voormalige winkelruimte en dit heeft de ‘affordances’ ervan bepaald. Maar mijn praktijk is door de interactie met deze locatie veranderd en daarom moet R.S.O.L. verhuizen. Ik ben op zoek naar een ruimte die meer afgelegen en meer privé is, met een (kleine) tuin of in de natuur. Kun je me helpen of heb je een tip? Laat het me dan weten via ‘contact R.S.O.L.'
Ton Kruse 29.08.2026
Omgekeerd geeft R.S.O.L. ook vorm aan mijn praktijk. Door mijn gedachten te bewaren als fysieke inscripties en door zijn specifieke kenmerken en mogelijkheden of onmogelijkheden: zijn ruimtelijke affordances, zoals psycholoog James Gibson stelde. Mijn artistieke en theoretische praktijk komt voort uit de ecologie van R.S.O.L. als fysieke plek in tijd en ruimte. Zoals cognitief archeoloog Lambros Malafouris overtuigend betoogde in ‘How Things Shape the Mind: A Theory of Material Engagement’ (2013), vindt ons denken onder andere plaats door het aanraken en wijzigen van fysieke materialen en andere vormen van interactie daarmee. De materiële inscripties van mijn gedachten in R.S.O.L. en wat het bevat, maken het me mogelijk om te ‘zien’ wat ik heb verricht en dwingen me daar tegelijkertijd opnieuw over na te denken. De materialiteit van mijn inscripties bevraagt mij en verzet zich tegen mijn interpretaties, overtuigingen en inzichten; ze vragen mij opnieuw aan ze te werken en om wat ik heb gedaan verder te ontwikkelen.
Bovendien is R.S.O.L. een 'wereld in de wereld', zoals Michel Foucault in zijn lezing uit 1967 ‘Over andere ruimtes (Des Espaces Autres)’ stelde. R.S.O.L. is een ‘heterotopie’, die losstaat van de normen van het dagelijks leven en het heersende economische systeem, en die mij in staat stelt te experimenteren en te doen wat als ‘niet normaal’ wordt beschouwd. Mijn artistieke en theoretische praktijk vertoont wezenlijke overeenkomsten met de historische stromingen dada en fluxus en bouwt daar conceptueel op voort.
In fluxus stond de gedachte centraal dat kunst niet noodzakelijkerwijs een statisch en verkoopbaar object hoeft te zijn, maar in de eerste plaats een gebeurtenis, een ‘happening’ en een proces is. Ik heb op ‘Over R.S.O.L.’ aangegeven dat mijn focus procesgericht is in plaats van productgericht. In mijn schrijven benadruk ik dat kunst iets is dat ‘gedaan’ wordt, in plaats van gemaakt of geproduceerd – en in de R.S.O.L. tentoonstelling ‘Look & See’ (2025) heb ik uitgewerkt hoe een kunstwerk eigenlijk nooit af is.
Dada verzette zich fel tegen burgerlijke instituties en opvattingen over wat kunst is en was tegen de commercialisering ervan. Fluxus zette dat voort door op speelse wijze te suggereren dat alles kunst kan zijn. Ik deel die institutionele kritiek. In ‘No Art Gallery’ (2017) heb ik bijvoorbeeld al de status en economische waarde die de samenleving aan kunst en het kunstenaarschap toekent ter discussie gesteld. Dit werk kan worden gezien als een voorloper van R.S.O.L. en de Faculty of In-humanities. Door mezelf te benoemen tot ‘decaan’ van een niet-geïnstitutionaliseerde faculteit, neem ik het gezag van officiële academische instituties op de hak. In R.S.O.L. is de kunstenaar geen merk dat een kapitalistische waarde vertegenwoordigt ('Over R.S.O.L.'), maar een beoefenaar van een praktijk die gericht is op het verwerven van intrinsieke goederen (MacIntyre, 1981).
Zowel dada als fluxus wilden het onderscheid tussen kunst en het dagelijks leven opheffen door de introductie van ready-mades en ‘happenings’, waarbij mensen (geen kunstenaars) werden aangemoedigd om deel te nemen en een bijdrage te leveren. R.S.O.L. is tegelijkertijd een echte kunst- en projectruimte én een doorlopend kunstwerk. Alles wat er gebeurt, maakt deel uit van het werk dat R.S.O.L. is.
Ten slotte probeerde fluxus de materiële impact van kunst te minimaliseren door middel van voorbijgaande performances en het gebruik van goedkope (ready-made) materialen. Met R.S.O.L. bouw ik daarop voort vanuit een hedendaags ecologisch bewustzijn, waarbij ik streef naar een kunstpraktijk die minder grondstoffen en energie verbruikt (‘Over R.S.O.L.’).
Momenteel is R.S.O.L. gevestigd in een voormalige winkelruimte en dit heeft de ‘affordances’ ervan bepaald. Maar mijn praktijk is door de interactie met deze locatie veranderd en daarom moet R.S.O.L. verhuizen. Ik ben op zoek naar een ruimte die meer afgelegen en meer privé is, met een (kleine) tuin of in de natuur. Kun je me helpen of heb je een tip? Laat het me dan weten via ‘contact R.S.O.L.'
Ton Kruse 29.08.2026
|
inschrijven voor uitnodigingen:
uw gegevens zijn veilig bij ons *
|
↪ naar het programma archief
|
|
all
is giving |
NOT supported by:
|
|